Het roer om naar

een veilig waterbeleid

Waterbouwkundig ingenieur Christiaan Brunings, grondlegger van Rijkswaterstaat, typeerde Nederland als ‘het telkenmale opnieuw overgeschilderde doek’. Onder invloed van de mens verandert ons land voortdurend en in toenemende mate. Het enorme oppervlak dat we beneden de zeespiegel brachten, vereist een sterk kunstmatige waterhuishouding met forse technologische oplossingen, zoals de Zuiderzeewerken en de Deltawerken.
Slogans als ‘Zeeland, Land-in-Zee’ en ‘Nederland Waterland’ doen ons beseffen hoe ver de zee het land is ingebroken. De extreem lage ligging, de beperkte houdbaarheid van onze waterkeringen, bodemdaling, verzilting en zoetwatertekorten maken dat we mondiaal tot de landen behoren waar de bevolking bij zeespiegelstijging het meeste risico loopt. Totdat er sprake is van een klimaatbestendige inrichting, gaat Nederland een onzekere periode tegemoet.
We moeten ons tijdig en terdege voorbereiden op mogelijk geachte klimaatscenario’s, waarbij zeker grootschalige systeemmaatregelen nodig zijn. De Adviesgroep Borm & Huijgens vraagt zich af wat deze maatregelen voor consequenties hebben voor mens en natuur.

Het klimaatjaar 2018
De voorspelde klimaatscenario’s ‘Zoetwater 2050’ werden al in 2018 werkelijkheid en veroorzaakten nijpende watertekorten. Er ontstaan tevens grote verschillen tussen de hoge en lage delen van ons land als gevolg van grondwaterdaling en verzilting. Voor mens en natuur is blijvende zoetwatervoorziening levensvoorwaarde nummer één. Op is op! Voor Vlaanderen is het niet anders. Daar geeft men het derde jaar op rij voor droogte code oranje. Landbouw en natuur leden de meeste schade. Op de lange termijn worden de blijvende gevolgen van de grondwateronttrekkingen en de voortschrijdende verzilting een groot probleem.
Naast de droogte vormden verontrustende prognoses over klimaatverandering en zeespiegelstijging voor ons aanleiding tot het schrijven van de nota ‘De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland’. Voor er zo’n plan ligt zijn we minstens enkele jaren verder.

Nu is duurzame zoetwatervoorziening in het mondingsgebied van de grote rivieren zeker geen onmogelijke opgave. Door de huidige verspilling verdwijnt het meeste zoete water ongebruikt in zee. Dat kan slimmer! Voor waterkwaliteit, kwantiteit en het tegengaan van verzilting is het zaak het zoete water langer vast te houden in de bodem en als oppervlaktewater.

Een totaalvisie
De vraag bij klimaatverandering is niet wat er zal gebeuren, maar wat er kan gebeuren. Onvermijdelijke keuzes kunnen niet langer vooruit geschoven worden.
“Als je nu je kop in het zand steekt, kun je hem straks uit het water halen." (citaat drs. Anita Pijpelink)
Dit vereist een plan dat berekend is op elk reëel geacht klimaatscenario. Bij een milder verloop kan de aanpak meer beperkt blijven tot samenhangende oplossingen voor rivierwaterberging en zoetwatervoorziening, het tegengaan van verzilting en maatregelen voor een stevige aangroeiende kust. Een stapsgewijze planning kan hierbij desinvestering voorkomen.

Het Deltaprogramma begon met inventarisatie en samenvoeging van sectorale belangen. Het besef groeit dat er voor effectieve oplossingen echter vanuit een totaalvisie gewerkt dient te worden. Deelplannen behoren gebaseerd te zijn op en te passen in een landelijke basisstructuur. De Europese adviesraad klimaatverandering zou hierin een sturende rol moeten vervullen.
Er wordt vanuit het Deltaprogramma voorbereidend onderzoek gedaan voor de samenstelling van een langetermijnvisie en dit jaar gaat het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van start.
De mate van zeespiegelstijging is nog met grote onzekerheid omgeven en mogelijk blijft dat zo.
Een Deltaprogramma voor klimaatbestendigheid en een Nationale Omgevingsvisie zouden het beste gezamenlijk nader worden uitgewerkt en juridisch vastgelegd. Beide streven immers naar duurzaamheid en leefkwaliteit en dat biedt perspectief voor een concreet beleid.

Samenwerken met water
Het mechanisch verplaatsen van sediment is per definitie een tijdelijke maatregel en start vrijwel altijd met milieuverstoring. De natuur gaat daarna het evenwicht herstellen.
Dit geldt onder meer voor afvlakken, suppleren, verdiepen, baggeren, afgraven, ophogen en ontpolderen. Toch wordt hiervoor met regelmaat gekozen vanwege een snel gewenst resultaat, de relatieve eenvoud, urgentie of financiële overwegingen. Ook al gebeurt een en ander op grote schaal, een dergelijke werkwijze blijft vergelijkbaar met eindeloos zandkastelen bouwen, in tegenstelling tot de effectiviteit van vaste strekdammen.

Wel duurzaam zijn natuurlijke sedimentatieprocessen. Zandige klimaatadaptatie door natuurlijke stroming, erosie en aanwas verloopt geleidelijk en kan gestuurd worden met ‘harde’ maatregelen als keringen, regelkranen, golfdempers, dammen en lagunekades, zodat de natuur zelf ‘zachte’ klimaatbuffers kan opbouwen. Daarbij blijven schokkende milieueffecten achterwege en wat de natuur zelf deponeert of erodeert is blijvend: Building with Nature. Deze werkwijze vraagt om gedegen vakkennis, geduld en flexibiliteit in de vorm van bijsturing en aanpassing. ‘Samen-werken met water’, de titel van het Rapport Veerman, moet een meer prominente rol gaan vervullen.
Zo geeft afsluiting van de Nieuwe Waterweg een verplaatsing van het kantelpunt zee en rivieren naar een minder risicovol gebied. In combinatie met de regelkraan Haringvlietsluizen, zorgt dit ook voor een betere verdeling van de sedimenthuishouding, doorstroming van nu nog geïsoleerde wateren, het terugdringen van verzilting en een toename van de algehele zoetwaterbuffer. Een geleidelijk proces waar geen zandzuiger of baggeraar aan te pas hoeft te komen
.


De dreiging vanuit de rivieren
Een te vlotte grote waterafvoer van de rivieren vereist extra bergingscapaciteit in het westen.
Die benodigde ruimte is momenteel alleen te vinden in de voormalige zeegaten. Hoe meer wateroppervlak ingezet wordt, hoe meer spreiding, des te minder het water opgezet wordt.
De opvangcapaciteit is aansluitend uit te breiden met een bekkenberging in zee. Het is een belangrijk punt van aandacht voor het Programma Noordzee en voor een vervolg of aanpassing van het OFL adviesrapport Noordzeestrategie 2030 om bij de ruimtelijke ordening op zee opties voor strategische oplossingsrichtingen open te houden.

Voorkom milieurampen door verzoeting
Een vrijwel volledige vernietiging van een waterrijk ecosysteem zagen we bij het wegvallen van het getij in de Biesbosch en na de omslag van een brak estuarien naar een stilstaand eutroof milieu in het Volkerak. Na massale sterfte en uitbraken van botulisme en blauwalgen volgden decennia van aanpassing door de natuur. Abrupte milieuwisselingen vormen een extra reden, naast een slecht functionerende vismigratie, om in het Haringvliet niet met de Kier te werken.
Om dood en verderf bij berging van zoet rivierwater te voorkomen is een groot oppervlak aan zoet of brak water als opvangcapaciteit nodig. Het zoete Volkerak is onvoldoende.
De Zeeuwse wateren zijn helaas zouter dan ooit. Ook al zijn eenmaal ingezette overheidstrajecten moeilijk om te buigen, de vigerende plannen die zee en zout binnenhalen, zijn door de tijd achterhaald en moeten dan ook van tafel.

De aarde is vergeven van zout water. Zoet oppervlaktewater is kostbaar en uiterst zeldzaam. Nu al heeft een kwart van de wereldbevolking te maken met extreme waterstress.
Waar mogelijk mag onze kustlijn verkort worden en de binnenwateren aanvangen met langzame verzoeting. Het zoete water willen we immers niet meteen kwijt op zee vanwege de toenemende verziltingsdruk en de behoefte om meer zoet water te behouden. Dit is gunstig voor natuur, milieu, waterveiligheid en leefbaarheid. Daarnaast kan de Voordelta een belangrijke functie krijgen voor trekvissen door aangroeiende ondiepe brakke en zoute milieus, geschikt voor de aanleg van migratierivieren.

De natuur past zich wel aan, nu wij nog!
Onze meest natuurlijk ogende waterrijke gebieden, zoals Biesbosch, zeegaten, IJsselmeer en Waddenzee hebben in extreem hoge mate de invloed van menselijk handelen ondergaan. De natuur heeft zich steeds aangepast.
Het niet voltooien van het oorspronkelijke Deltaplan en de pogingen iets van het oude milieu te bewaren of te herstellen, hebben weinig goed gedaan. Na de Deltawerken drongen zout en getij nog verder Vlaanderen en Zuid-Holland binnen en voldeden grote wateren niet aan de gedroomde verwachtingen. Dit als gevolg van de nog altijd sterk doorbroken kustlijn, het handhaven van de isolatie door compartimentering, het landinwaarts conserveren van extreem zoute milieus en de blokkade van de aanvoer van zoet rivierwater die elke vorm van estuariene dynamiek uitsluit.
In de Grevelingen, een kunstmatig zoutwatermeer, voltrekt zich volgens velen vanuit de zuurstofloze diepte een ecologisch drama, dat niet zal verdwijnen met een opening in de Brouwersdam.

Laten we lering trekken uit de vele gemiste kansen. Wanneer we de bestaande situatie verbeteren en aansluiten bij komende veranderingen voor klimaatbestendigheid, dan ligt de weg open voor samenwerking met de natuur. Stroming, herijking van de zoetwaterverdeling en de sedimenthuishouding leggen de abiotische basis voor aquatische ecosystemen.
Langzaam dringt het besef door dat we het nooit beter weten dan de natuur en dat de invulling van biotopen met organismen al helemaal niet aan ons is. Prof. dr. H. (Henk) L. F. Saeijs noemde de Natuur de beste ingenieur. We moeten dan ook de kans om met deze samen te werken met beide handen aangrijpen.

Het roer om
Waterveiligheid en leefbaarheid bepalen de toekomstige lijnen van het klimaatbestendig waterbeheer. Dit bij voorkeur aan de hand van een wetenschappelijk onderbouwde toekomstvisie voor het behoud van Nederland en gerealiseerd onder een sterke centrale regie van de overheid.
Hoe de toekomstige architectuur van Nederland er ook uit gaat zien, voor de natuur is het van belang dat naast de harde ingrepen de veranderingen zo geleidelijk mogelijk gaan en vormingsprocessen zich kunnen continueren in tijd en ruimte. Er zal goed nagedacht moeten worden over hoe we denken dat de natuur zich daarbij gaat ontwikkelen, maar zeker weten doen we dat pas achteraf.

Instandhoudingsdoelen passen niet bij voortgaande waterprocessen en evoluerende natuur.
Openbreken van de compleet dichtgetimmerde natuurwetgeving is vereist voor een nieuw en gezond natuurbeleid, dat open staat voor transformatie en herbestemming. Laat de natuur ditmaal de boot niet missen door te zorgen dat ze kan meeliften en samenwerken met de transitie die zich gaat voltrekken. Gooi het roer om naar een veilig waterbeleid!

Wil Borm
Martien Boelaars

Adviesgroep Borm & Huijgens - augustus 2019