Uitvoeringsprogramma

Zuidwestelijke Delta rammelt

De duurzaamheid van het Nederlands watersysteem wordt bepaald door de samenhang van keuzes op basis van een nationale visie. Deze samenhang ontbreekt bij het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta, zo meent de
Adviesgroep Borm & Huijgens. Sinds 2008 volgt ze de totstandkoming van het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2010-2015+ op de voet. In dit artikel geeft Borm & Huijgens aan hoe het regionale programma in strijd is met het landsbelang. Het plan rammelt volgens haar aan alle kanten. Waterveiligheid vraagt om een zuivere analyse van plannen en afgewogen besluiten.

De Stuurgroep Zuidwestelijke Delta heeft door publicaties, uitgaven en gevoerde propaganda in de afgelopen jaren haar eigen planvorming breed in de publiciteit gebracht en zo de indruk gewekt alsof ze op de goede weg was. Maar zijn ze wel op de goede weg? Wij vinden van niet en concluderen dat kostbare tijd, moeite en geld verloren zijn gegaan. Dit alles heeft de procesgang naar een klimaatbestendig Nederland ernstig gestagneerd.

Een deelprogramma behoort een gezonde basis voor een samenhangend toekomstbeeld te zijn. Het ontwerp-uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta ontpopte zich echter als een bundeling van zeven aparte gebiedsprogramma’s. De gewraakte compartimentering van de voormalige deltawateren blijkt enkel in een ander vaatje gegoten.
Deze ‘hercompartimentering’ werd op 1 april 2010 tijdens de 4e Werkconferentie Zuidwestelijke Delta doodleuk gepresenteerd onder de noemer ‘samenhang op bekkenniveau’.
De plankaarten van de gebiedsprogramma’s waren en zijn allemaal nog voorzien van het stempel ‘in ontwikkeling’. Volgens de Adviesgroep Borm & Huijgens was en is het verbrokkelde programma niet rijp voor promotie of inspraak, laat staan voor aanbieding aan het (demissionaire) kabinet.

In 2010 volgde een spectaculaire regiotour, waarbij de aandacht bewust werd verlegd naar de lokale wensen in relatie tot de vermeende planvorming. De organisatie benadrukte dat de onderbouwing en de levensvatbaarheid van de plannen niet ter discussie stonden.
De hele planvorming loopt op de muziek vooruit en de gewenste samenhang van een integrale visie ontbreekt vrijwel volledig. Toch omschreef de voorzitter van de Stuurgroep Zuidwestelijke delta de definitieve versie met de titel 'Veilig Veerkrachtig Vitaal' van april 2011 als "het vertrekpunt voor het zoeken naar oplossingen voor de lange termijn."

Maar is dit rapport wel het juiste vertrekpunt? Het landelijk waterbeleid staat
inmiddels met de rug tegen de muur en kan zich geen fouten van formaat meer
veroorloven. Wij vragen ons af of en wie op tijd inziet dat men fout bezig is. De tijd begint immers te dringen.

De landelijke waterveiligheid
De kwetsbaarheid van onze waterwerken is groot. Bij storm op zee in combinatie met hevige regenval krijgen de noordelijke provincies spoedig te kampen met wateroverlast.
Wanneer gelijktijdig sprake is van piekafvoeren door de rivieren, valt van de noordelijke regio’s geen wezenlijke bijdrage te verwachten aan het oplossen van de waterproblemen.

Met de realisatie van de projecten van Ruimte voor de Rivier wordt de doorstroming in het Nederlandse rivierentraject nog eens extra versterkt. Alles komt vervolgens op het bordje van de zuidwestelijke delta en die is hier niet op berekend. Als vervolgens dijkring 14 doorbreekt, gaat het pas echt goed mis. Een overstroming vanuit het Rijnmondgebied zou het bankroet van Nederland betekenen.
Evacuatie van de Randstad is een onmogelijke opgave. Alleen een doelmatige herinrichting van de zuidwestelijke delta kan het gevaar van een dergelijke ramp wegnemen. Door andere partijen zijn diverse alternatieve plannen ontwikkeld, maar deze worden stelselmatig terzijde geschoven.

In de waterwereld hangt alles met alles samen. De cruciale rol van de Zuidwestelijke Delta voor de nationale waterveiligheid is in het uitvoeringsprogramma onderbelicht en onvoldoende uitgewerkt. Samenhang tussen de plannen voor de delta met onder meer Rijnmond en IJsselmeer is hierbij een vereiste. Zij hebben namelijk een grote invloed op elkaar. In de terzijde geschoven plannen is wel degelijk sprake van een landelijke samenhang en de sleutelrol van de Zuidwestelijke Delta voor de nationale waterveiligheid.
Op het uitvoeringsprogramma heeft de Adviesgroep Borm & Huijgens stevige kritiek.
Het sprookjesachtige plan rammelt aan alle kanten, aangezien het geheel voorbij gaat aan de doelen van het Nationaal Waterplan en de Deltawet, namelijk: ‘ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoog water en de zoetwatervoorziening op orde houden.’

Een verbazingwekkend streefbeeld
De verzilting van het Volkerak-Zoommeer, het Kierbesluit, de `watermachine in de Brouwersdam, Waterstad Rotterdam, gedempt getij, het Volkerak-Zoommeer als eerste noodberging, een complete riviermonding Haringvliet, klimaatbuffer
Oesterdam, recreatieve voorzieningen, een gewijzigde zoetwatervoorziening en tal van andere vaak onsamenhangende zaken werden de afgelopen jaren in de
planvorming voor de Zuidwestelijke Delta opgenomen. Volgens de Adviesgroep Borm & Huijgens maakt dit het uitvoeringsprogramma tot een samenraapsel van oude en nieuwe voornemens. Bijgaande tekening toont het streefbeeld van het huidige uitvoeringsprogramma. Hierbij zijn de bestaande zoetwatervoorraden verdwenen, krijgt verzilting de ruimte en het merendeel van de deltawateren is onttrokken aan estuariene dynamiek.

Schrikbeeld na het uitvoeren van de projecten en maatregelen uit het uitvoeringsprogramma (illustratie: H+N+S Landschapsarchitecten) Bron: Uitvoeringprogramma Zuidwestelijke Delta 2010-2015+.

Hoe men de zaak ook wendt of keert, effectieve invullingen van de omschreven
doelen voor waterveiligheid, zoetwatervoorziening en een gezonde delta zijn hierin niet te ontdekken. Integendeel, er worden nieuwe hydrologische en ecologische problemen gecreëerd met forse economische consequenties.

In een tijd van zeespiegelstijging en verzilting zijn plannen die zee en zout binnenhalen af te raden.

Het tij is nog te keren
Het verzilten van het Volkerak-Zoommeer is een onnodige en kostbare zaak en beperkt sterk de inrichtingsmogelijkheden voor de Zuidwestelijke Delta. De inrichting van de delta is op haar beurt weer bepalend voor de landelijke waterveiligheid en de zoetwatervoorziening.
Nu is er gelukkig alleen nog maar sprake van papieren producten en is het tij nog te keren. Het cumulatieve effect op andere projecten, dat ontstaat bij het halsstarrig vasthouden van foute keuzes, kan leiden tot onveiligheid, kapitaalvernietiging en milieuschade. Negatieve publiciteit in de media tast vervolgens de geloofwaardigheid van de overheid aan.
In deze tijd van economische recessie zou de politiek geen groen licht mogen en moeten geven aan planvorming waarvan het rendement sterk betwijfeld wordt. Volgens Borm & Huijgens moet er zo snel mogelijk kritisch naar de inmiddels gepresenteerde regionale planvorming voor de Zuidwestelijke Delta worden gekeken, door deze te toetsen aan de gestelde doelen van het Nationaal Waterplan en objectief te vergelijken met relevante inrichtingssuggesties.

Toetsen aan Nationaal Waterplan
De inrichting van de delta moet voldoen aan de doelen van het Nationaal Waterplan. De te nemen maatregelen dienen Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar houden en de mogelijkheden die water biedt, benutten. Het Nationaal Waterplan streeft behalve naar waterveiligheid ook naar garanties voor de zoetwatervoorziening en naar estuariene dynamiek.
Hierbij vragen zowel het tegengaan van de dreigende rivieropwaartse invloed van de zee als het bestrijden van de toenemende verzilting om blijvende aandacht. Dit ontbreekt vrijwel volledig in de huidige planvorming.

Voor de inrichting van de Zuidwestelijke Delta betekent dit volgens de Adviesgroep Borm & Huijgens het volgende:

• De nationale waterveiligheid vereist een maximaal oppervlak aan noodberging en spuimogelijkheden in zee, in combinatie met een goede en korte primaire zeewering;

• De zoetwatervoorziening wordt gegarandeerd door het behoud en het aanleggen van zoetwatervoorraden en het beperken van zoetwaterverliezen;

• Een estuarium ontwikkelt zich in een open traject tussen zee en rivieren, waarbij de nodige lengte en regulatiemogelijkheden een geleidelijke overgang van zout naar zoet waarborgen. Voor vismigratie is dit een noodzakelijke en duurzame oplossing.

Samenvattend
Het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta behoort een uitwerking te zijn van een deelprogramma binnen het landelijk Deltaprogramma. Dat is het nu zeker niet. De Adviesgroep Borm & Huijgens meent dat het huidige uitvoeringsprogramma spoedig van tafel moet worden geschoven vanwege de tegenstrijdigheden met de nationale belangen. Zij meent dat alleen wanneer de doelen van de Deltawet en het Nationaal Waterplan als uitgangspunten worden gehanteerd, men kan komen tot een goede inrichting van de Zuidwestelijke Delta. Dit om tevens te komen tot een regionaal en nationaal breed gedragen, passende en effectieve landelijke inrichtingsvisie.

Wil Borm, Martien Boelaars en Clemens de Witte


Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer - mei 2012