Toekomstvisie Borm & Huijgens

De verzilting van de benedenrivieren als gevolg van onder meer het graven van de Nieuwe Merwede, het verbreden, uitdiepen, de havenuitbreidingen en zandwinning, maakte in de vorige eeuw het buitensluiten van toenemende zee-invloed meer dan noodzakelijk.
Voor, tijdens en na de Deltawerken werd echter afgeweken van de beoogde doelen voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening. De afsluiting van de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg bleken vanwege vermeende havenbelangen onbespreekbaar.
De voorgenomen verzoeting van de Oosterschelde en de Grevelingen ging niet door.
Het zoutgehalte van de wateren en de verzilting van het grondwater namen sterk toe.

Het oorspronkelijke Deltaplan wilde de kust sluiten en de wateren verzoeten


Van het principe is bij de Deltawerken fors afgeweken.

Na onvrede in het begin van deze eeuw over de ecologische gevolgen van dit ‘behoud’, volgen de provincie en het gebiedsoverleg een verziltend beleid door de zee nog verder binnen te halen.
Het toenemende verlies aan zoetwatervoorraad wil men daarbij tijdelijk gaan compenseren met zoetwateraanvoer via pijpleidingennaar naar de eilanden . Klimaatverandering en zeespiegelstijging maken echter duidelijk dat dit beleid vastloopt en dat het van groot belang is om waar mogelijk zoet water vast te houden.

De tijd dringt en vraagt om verder kijken dan 2100 en een daadkrachtige aanpak.
Het laag gelegen Nederland zal het initiatief moeten nemen tot klimaatbestendigheid.
Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging werkt dan ook aan een langetermijnvisie voor Nederland, aansluitend bij West-Europa. Ruimtelijk reserveren in zee is daarbij nodig.

Gefaseerde aanpak
De voorkeur ligt bij een gefaseerde realisatie van de benodigde maatregelen voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening, zodat de financiering over een lange periode kan worden gespreid. Dit kan voorkomen dat de bouwcapaciteit in het geding komt. Deelprojecten dienen na voltooiing inzetbaar te zijn. Afhankelijk van de snelheid van zeespiegelstijging kunnen plannen bijgesteld worden. Bij fasering in de tijd is aanpassing mogelijk aan nieuw ontwikkelde technieken en voortschrijdend inzicht.


Combineren van opties
Onze adviesgroep is een denktank op het gebied van samenwerken met water en stimuleert en ondersteunt daarbij het samengaan van de oplossingsrichtingen
‘Beschermen open’,
‘Beschermen dicht’
en ‘Zeewaarts’.
Ons inziens kunnen deze elkaar het best aanvullen en versterken rondom een zeewaartse oplossing.

Oplossingsrichtingen voor adaptatie aan hoge zeespiegelstijging (©Beeldleveranciers-Carof in opdracht van Deltares).

Aanvullen en versterken
• Bergingscapaciteit en pompvermogen zijn deels uitwisselbaar.
• Koppeling van noodberging en pompvermogen van meerdere rivieren vlakken peilfluctuaties af en vergroten de beschikbare pompcapaciteit.
• Een bekken in zee vormt een aanvullende nationale noodberging voor rivierwater en beschermt Zuidwest Nederland tegen de zee
• Verzoeting, een buffer in zee en een blijvend laag peil van bekkens tegen de huidige kust voorkomen verzilting en garanderen zoetwatervoorziening.
• Bovenstroomse en benedenstroomse maatregelen hebben invloed op rivierpeil en afvoersnelheden.

Een eerste aanvang
De Brouwerssluis en de doorlaat Volkerakdam zijn indertijd aangelegd met het oogpunt van verzoeting van de Grevelingen en Oosterschelde. De stormvloedkering kan als spuisluis fungeren. Als eerste stappen zien we het verzoeten van de Grevelingen en het doorstromen van de Oosterschelde. Daarna volgt de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg.
Voor die tijd ligt er een overkoepelend plan voor klimaatbestendigheid als stip op de horizon, waarna gericht geïnvesteerd kan worden in deelprojecten en overige infrastructuur.


Volkerak-Zoommeer zoet en Grevelingen verzoet door uithevelen van de onderlaag naar zee

Doorstroming Oosterschelde met rivierwater met mogelijk toekomstbeeld verzoeting

Op termijn zeewaartse verzoeting, uitbreiding noodberging en bescherming Zuidwest Nederland

Zeesluizen
Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg (Plan Spaargaren) vormen de sleutel tot een klimaatbestendig Nederland. Ze bieden waterveiligheid en verplaatsen het kantelpunt zee en rivieren van de Drechtsteden naar het zuidwesten.
Ze stoppen het grootschalige zoetwaterverlies en gaan verzilting tegen. Verder maken ze doorstroming van de overige wateren met rivierwater mogelijk voor een gezond milieu en bevorderen ze de beheersbaarheid van de rivierwaterstanden.
Jaarlijks bezinkt nog 3 miljoen m3 slib in het Rijnmondgebied.
Zeesluizen leiden tenslotte de zoetwater- en de sedimentstroming naar het zuidwesten.

Ecologie en vismigratie
De voorgenomen resultaten van internationale afspraken voor verbindingen van zout naar zoet voor vismigratie zijn nog niet bereikt. Ondernomen projecten zoals de Kier en de migratierivier Afsluitdijk moeten hun blijvend nut nog bewijzen.

Suggestie voor grootschalige migratierivier en klimaatbuffer om de Afsluitdijk.


Deze ‘opgevouwen’ migratierivier Haringvliet kan ook in uitgerekte vorm ten zuiden van de Maasvlaktes.

Met een zeewaarts oplossingsrichting is het mogelijk om vervolgens op ondiepe zeevlaktes forse migratierivieren van vele tientallen kilometers te laten ontstaan, evenals een corridor om de Afsluitdijk. Verhoogde afvoerroutes voor rivierwater kunnen in de toekomst eveneens de poort voor de trekvis open houden. Aangezien natuur en cultuur niet ruimtelijk zijn te scheiden, is een integrale benadering van de leefomgeving wenselijk.
Laat de natuur meeliften met de veranderingen die ongetwijfeld komen.

Samen-werken met water
Onze voorouders, evenals watercoryfeeën als Andries Vierlingh, Christiaan Brunings, Cornelis Lely en Johan van Veen, waren meesters in het samenwerken met water.
Waar mogelijk dienen we gebruik te maken van slimme manieren om de natuurlijke kustversterking te stimuleren, zoals met drijvende golfdempers voor een aangroeiende kust.

Kundige sturing
Nederland gaat zich richten op een masterplan waterveiligheid en zoetwatervoorziening.
Mogelijk kan de nieuwe Omgevingswet binnen het Deltaprogramma voor stroomlijning zorgen aan een team van wetenschappers en vakmensen.
Door in de voetsporen te treden van Johan van Veen, kunnen we de strijd tegen en met het water opnieuw winnen.