Sluit de kustlijn en verzoet

De aanwezigheid van zoute wateren achter de kustlijn is geen vast gegeven, maar een keuze. Verzoeting van de Zeeuwse wateren was bij het Deltaplan al onderzocht en voorbereid, maar de verontreiniging van het rivierwater was in de jaren '70 zo ernstig, dat verzoeting werd uitgesteld. De vervolgens gemaakte behoudende keuze voor zout ging uit van een stabiel klimaat en sterk vervuild rivierwater.

Zo'n veertig jaar lang, tot op de dag van vandaag, geldt in Zeeland een beleid van zout houden en verzilten. Met het nog langer vasthouden van zout wordt de provincie Zeeland echter een probleemgebied bij klimaatverandering en zeespiegelstijging.

Het oorspronkelijk Deltaplan van '56 had indertijd dezelfde hoofddoelen als het huidige Deltaprogramma, namelijk waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Het nieuwe denken, dat zich momenteel baseert op klimaatverandering en schoon rivierwater, gaat eveneens uit van het vasthouden van zoet water.

Verzoeting levert in hoge mate een bijdrage aan het gestelde doel van het Zeeuws Deltaplan Zoet Water om Zeeland weerbaar te maken tegen zoetwatertekorten.

We verwachten dat zowel de Staten van Zeeland als het Deltaprogramma zich laten leiden door vakmensen en wetenschappers. Hopelijk maken zij daarbij een keuze waarbij Zeeland behouden blijft. Dat behoud begint met verzoeten van de in het land gelegen zoute wateren en het verder sluiten van de kust.

Samengevat biedt verzoeting naast waterveiligheid:
• Blijvend voldoende en goedkoop zoet water
• Tegengaan van grondwaterverzilting
• Een noodzakelijke buffer voor opvang van overtollig rivierwater
• Toename van de biodiversiteit
• Een oplossing voor een zuurstofloze onderlaag

Het artikel 'Sluit de kustlijn en verzoet' in De Ingenieur, augustus 2021

kunt u hier inzien:

'Sluit de kustlijn en verzoet'



 

Voor verzoeting zie ook het artikel in

Stadszaken: klimaatadaptatie en water, 15 maart 2021

'Zeeland moet nu oppervlaktewater bufferen voor zoetwatervoorziening'

 

en het artikel in H2O: Podium, 17 maart 2021

'Provincie Zeeland is ver over tijd om wat zorg te tonen voor zoet water'

 

In onderstaand artikel in H2O weerlegt Cor Huijgens het plan 'Dubbele dijken' van het WWF.

Dubbele dijken versus verzoeten

H2O 5 maart 2021

Het WWF initieert het tijdelijk onder water zetten van tussen zeedijken en achterliggende dijken gelegen polders. De term wisselpolder wordt daarbij gebruikt om aan te geven dat er sprake is van lenen van de boer, die er wel zo’n 50 jaar op moet wachten.
Nederland heeft in 2009 bij het FAO congres de resolutie ondertekend en geratificeerd, dat goede landbouwgrond geen onomkeerbare bestemming mag krijgen, maar is dit na een halve eeuw nog gegarandeerd? De ZLTO ziet niets in ontpoldering binnen de Zeeuwse kust, die bovendien landinwaartse verzilting nog verder doet toenemen. Het waterschap Scheldestromen vindt het plan eenzijdig en ziet vooral kansen vóór de dijk.
Het initiatief van WWF roept bij nadere bestudering inderdaad heel wat vragen op. De problemen die zich maatschappelijk en uitvoerend kunnen voordoen worden onderschat en andersom worden de effectiviteit, de duurzaamheid en de bijdragen aan de natuur overschat.
De Adviesgroep Borm & Huijgens geeft aan waarom het niet zo’n goede keuze is gezien de ontstaansgeschiedenis van Zeeland, het behoud van waterveiligheid en leefbaarheid en de verwachte zeespiegelstijging.

Verdronken dorpen in Zeeland - Bron: Wikipedia

Eeuwenlang verdreven binnendringende zeegaten de aanwezige estuaria tot ver landinwaarts. Dit ging gepaard met het verdrinken van honderden dorpen, met verlies van land en verzilting.
Open zeegaten zijn allesbehalve klimaatbestendig. Ze houden eindeloze kilometers zeedijk in onderhoud, met over dezelfde lengtes kans op zwakke plekken. De Zuiderzeewerken en de Deltawerken maakten hieraan een einde met kustlijnverkorting. De meeste gaten zijn dan ook gesloten of afsluitbaar. Alleen de Westerschelde heeft nog geen waterkering.

Het doorsteken van dijken brengt veiligheidsrisico's met zich mee en vergroot de verzilting. Water dat zich van het voorland naar een polder beweegt tast het kustfundament van de dijk aan. Opslibbing zal vooral plaatsvinden aan de achterzijde en de flanken van een polder, terwijl bij de in- en uitstroom zich juist een uitschurende werking voltrekt. Eenvoudiger en effectiever kan men, het slib dat neerslaat op ongewenste locaties en toch al wordt opgebaggerd, gericht transporteren naar op te hogen locaties. Er is veel ondiep voorland. Een dijk of drempel op het voorland van een dijk is effectiever voor de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening van het achterland en de dijkinfrastructuur blijft behouden.

Zowel het Haringvliet als de Oosterschelde zijn te slibarm om met wisselpolders succes te behalen.
Het enige water met voldoende slib en getijde is de Westerschelde. Daar zijn geheel tegengesteld aan wisselpoldersw natuurlijk gevormde hoge gronden zoals Hedwige, Perkpolder en Waterdunen recent afgegraven.
De waterveiligheidsproblemen in de Westerschelde worden veroorzaakt door het te grote wateroppervlak en de verdiepingen, waardoor het zeewater in toenemende mate de stad Antwerpen en het Scheldebekken bedreigt. De overstromingskans van het Scheldebekken wordt 1/70 jaar ingeschat (bron. H. Vrijling) en het overstromingsrisico zal bij klimaatverandering en zeespiegelstijging alleen maar toenemen.

Sinds de Deltawerken is het zoutgehalte van Grevelingen en Oosterschelde flink toegenomen. De verzilting van het grondwater van de Zeeuwse eilanden heeft daardoor een kritische grens bereikt. Aanvoer van rivierwater wordt nog altijd geblokkeerd. Door het verziltingbeleid is de beschikbaarheid van zoet water voor mens en natuur afgenomen.

Aangezien bij zeespiegelstijging de verziltingsdruk verder toeneemt, zal het huidige beleid, gericht op behoud van het zoute karakter, spoedig worden ingewisseld voor een beleid van kustbescherming en het meer en langer vasthouden van zoet water.

Het vooruitzicht van een algehele transitie naar een klimaatbestendig land, dwingt tal van sectoren, waaronder de natuurinstanties tot bezinning.

Als adviesgroep met een natuurbeschermingsachtergrond zoeken we naar kansen voor de natuur. Daarbij denken we aan doorstroming, zoet-zout overgangen bij de kust, zeewaartse natuurontwikkeling en permanent open migratierivieren in de Voordelta.
De tijd dringt om te komen tot resultaat- en oplossingsgerichte plannen, die investeren in klimaat, kennis en infrastructuur en bijdragen aan een gezonde circulaire economie. Daarbij zal er goed gekeken moeten worden naar het maatschappelijk draagvlak, naar de periode waarbinnen een aanpassing veiligheid biedt en in hoeverre deze aansluit bij een visie voor de lange termijn.

Cor Huijgens

Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer februari 2021